Bottenoorlog
< Terug

11-11-2005 Artikel in de Groene Amsterdammer

Bittere strijd in Rijnsburg. Zijn de dertig jaar geleden herbegraven stoffelijke resten in het plaatselijke mausoleum nu wel of niet van Floris V en de andere graven van Holland?

AMSTERDAM - Dertig jaar geleden wijdde koningin Juliana in Rijnsburg het mausoleum in van de graven van Holland. Dat had in die tijd heel wat voeten in de aarde. De graven - met als bekendste vertegenwoordiger de mythische ¨keerlen Gods¨ Floris V - vormden de eerste Hollandse heersersdynastie. Ze waren katholiek. Het oranjekamp had zich eeuwenlang moeite getroost om de herinnering aan de roomse graven te doen vergeten. Van de laatste rustplaats van de dynastie ontbrak ieder spoor. Aangenomen werd dat deze het slachtoffer was geworden van de beeldenstorm.

Totdat in 1949 in Rijnsburg een spectaculaire vondst werd gedaan. Op het terrein van het reeds vernietigde abdijcomplex werden zestien skeletten opgegraven. Deze werden door dr. Dijkstra van de Universiteit van Groningen geïdentificeerd als de stoffelijke resten van Floris V en familie leden. Nadat de resten in eikenhouten kistjes (25 x 30 x 75 cm) met een zilveren plaatje met naam en sterfdatum waren geplaatst en dit alles door kunsthars was omhuld, vond in aanwezigheid van de vorstin de plechtige her begrafenis plaats in een speciaal gebouwd mausoleum.

Die situatie blijft ongewijzigd totdat in 1995 op initiatief van de Universiteit van Leiden een nieuw onderzoek wordt gestart. Fysisch antropoloog G. Maat en hoogleraar chemie E. Cordfunke krijgen van de gemeente Rijnsburg toestemming het mausoleum open te breken. Ze komen na een C14-test met een vernietigend rapport. Juliana had niet het gebeente van de graven van Holland ingewijd, maar de botten van enkele negende-eeuwse Karolingische lieden. De botten in Rijnsburg zouden twee eeuwen ouder zijn dan Dijkstra had aangenomen.

Een bittere polemiek gaat van start. ¨Dit is een wetenschappelijke aanslag, gepleegd door Cordfunke, die in 1987 al probeerde mij van mijn plaats te stoten in het onderzoek te Rijnsburg¨, verklaart dr. Dijkstra. In opdracht van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek wordt een commissie opgericht, onder leiding van archeoloog dr. R.M. van Heeringen. Conclusie: Maat en Cordfunke hadden geen regels overtreden en de gebruikte onderzoeksmethoden werden goed gekeurd.

Daarmee was de gravensage echter nog niet ten einde. Bij de Historische Kring Rijnsburg was men allerminst overtuigd van het gelijk van Maat en Cordfunke. Voorzitter Leenheer: ¨Ik was er indertijd bij toen de botten werden opgegraven. Ik zag toen dat er in de schedel van degene die als Floris V werd geïdentificeerd een fors gat zat. Dat klopt precies met het verhaal dat hij met een zwaard een gat in zijn hoofd kreeg geslagen. Ook ontbraken de handen. Wat overeenkomt met de over levering dat de moordenaars van Floris zijn handen hebben afgehakt.¨ En zo zijn er nog meer bewijzen, aldus Leenheer.

Achter deze mening stelde zich ook de Orde van Sint Jacob. Deze Orde gaat naar men zegt terug tot de tijd van Floris V zelf, die de orde zou hebben opgericht. Sint Jacob ridder Carel Frauenfelder: ¨Maat en Cordfunke hebben een kardinale fout gemaakt. Zij vergeten dat het eten van vis - wat de graven als goede katholieken ongetwijfeld veel deden - belangrijke dalingen van die radioactieve koolstof teweegbrengt. Daar bestaat in de vakliteratuur genoeg onderzoek naar. Dat verschil van tweehonderd jaar in de C14-test wordt zo verklaard.¨

Recent vroeg de Orde van Sint Jacob de Universiteit van Leiden om heropening van het onderzoek. Men drong aan op een DNA-test op de botjes die door de Universiteit zijn bewaard. Karel Frauenfelder: ¨Men stelde dat zo'n test te duur is. Wat onzin is. DNA-testen worden bij de vleet gedaan bij de politie. Bovendien: we hebben het over de eerste heersersdynastie van Nederland. Daar mag je wel zorgvuldig mee omgaan.¨

De kritiek van de Orde van Sint Jacob wordt ondersteund door archeoloog Lanting van de Universiteit van Groningen. Hij wijdde zelf al publicaties aan de complicaties bij de C14-test. Lanting: ¨Ik ben er persoonlijk vanovertuigd dat het in Rijnsburg wel degelijk gaat om de resten van de graven van Holland. Ik vrees dat Maat en Cordfunke een essentieel feit over het hoofd hebben gezien.¨

Maat en Cordfunke zijn niet voor commentaar bereikbaar. Wel archeoloog R.M. van Heeringen, die indertijd de commissie leidde dat het onderzoek van Maat en Cordfunke goedkeurde. Van Heeringen: ¨We hebben ons indertijd niet gebogen over die C14-test. We hebben alleen maar de gevolgde procedure beoordeeld. Het kan dus inderdaad zijn dat er een fout is gemaakt.¨

Kortom: Rijnsburg beschikt wellicht wel degelijk over het gebeente van Floris V en de zijnen.

De Orde van Sint Jacob doet er alles aan om van Rijnsburg toch nog ¨een bedevaartplek¨ te maken. Frauenfelder ontwierp een twee meter hoog beeld van Floris V, dat inmiddels is geplaatst. Met hulp van de gemeente.
Een woordvoerster van Rijnsburg: ¨Er zijn sinds het rapport toch weer de nodige twijfels ontstaan. We houden het als gemeente nu maar in het midden of het nu wel of niet gaat om Floris V en de zijnen.¨

RENé ZWAAP